Silt water spat op en wordt meegevoerd door de stevige zwoele wind uit zee. Ik voel het op mijn blote armen en benen. Het is niet voldoende om mij of m’n aquarel echt nat te maken. Maar dicht aan de zee zittend, op een grote rots die nog warm is van de zon, schrik ik toch even dat het water opeens zo dichtbij komt. Vanwege de harde wind is de zee onstuimig en rollen de golven gestaag en luid ruisend het strand op. Met een half oog houd ik de branding in de gaten terwijl ik de laatste hand leg aan de aquarel.

De kust hier heeft steile rotsen die afbrokkelen en waaronder grote stukken steen liggen. Het is een dankbaar onderwerp, dat telkens verandert met het licht. Zo ook het water. Deze avond, als de zon achter de bergen gezakt is, zijn de kleuren gedempt. Grijstinten die naar oker, sienna, licht blauw en violetten neigen. Terwijl overdag in het volle zonlicht de kleuren helder en verzadigd zijn.

Gistermiddag was het water cobalt blauw met een hint groen hier en daar. Onder het heldere oppervlak dicht langs de kant liggen grote keien waarvan de omtrekken, gerond door de eeuwig slijpende zee, meedeinen met de gang van het water. Het zonlicht reflecteert en danst in zigzag lijnen over de bodem. Het omslaan van een golf bedekt het lichtspel met een dicht wit schuim. Het klots en kolkt kort om rotsen alvorens de zee zich weer terug trekt waarna het uiteen drijft in slierten. Daar is het schouwspel van licht en contouren weer zichtbaar. Ik kijk een moment aandachtig en doop mijn penseel in de verf. Een volgende golf slaat alweer om en klauwt aan de rotsen.

Ik denk aan de houtdruk van de Japanse kunstenaar Hokusai. Een vissersboot ingesloten tussen het geweld van grote golven op zee. Het schuim op de koppen ziet er uit als de grijpende vingers van een levend wezen dat eropuit is de vissers naar de diepte te trekken. Ik denk ook aan Goya en een uitspraak die hij deed; een goede tekenaar kan een man tekenen die uit een raam valt. En die vallende man, bedenk ik me, zou net zo goed het omslaan van een golf kunnen zijn.

Als het schilderij klaar is berg ik mijn spullen weg en let daarbij op niets aan de zee te verliezen. Teruglopend maak ik foto’s van de golven en het schuim. Breng zo het water tot stilstand op het scherm van mijn telefoon om het nog eens extra te bestuderen. Het levert beelden op dit niet lijken op wat ik denk te zien.

Bij het huis aangekomen van de vrienden in Almunacar waar ik tijdelijk verblijf, ga ik zitten aan het kleine zwembad in de tuin. Het water is in tegenstelling tot dat van de zee stil. Soms alleen een zuchtje wind dat het oppervlak rimpelt en zichtbaar maakt. Spiegelglad zie ik er de palmboomtoppen in gereflecteerd, de vorm herhaald zich in de schaduwen erononder. Ik houd van dat heldere blauw en de dansende breking van het licht op de bodem als ik mijn benen in het water hang voor verkoeling.

Het plan was een dezer dagen door te reizen naar het oosten, langs de Spaanse kust. Maar maakte mijn auto van de week vreemde geluiden… even langs de garage dus maar. Dikke pech blijkt nu, de koppeling moet vervangen en de onderdelen kunnen pas over een week worden bezorgd. Het is een hap uit mijn budget en ik zit hier dus nog even. Gelukkig biedt het water een onuitputtelijk onderwerp om te schilderen.

schrijf een reactie