Afgelopen week verbleef ik bij vrienden in Andalusië, het zuiden van Spanje. Mijn slaapkamer heeft er zicht op de Middellandse Zee. In de avond wanneer de hemel een egaal Pruisische blauw kleurt en het licht eruit verdwenen is, op dat van de sterren en de sikkel van de maan na, doe ik de ramen dicht en sluit de nacht buiten. Dan klinkt het gedempte geluid van het omslaan van golven als een regelmatige ademhaling en slaapt achter de gesloten gordijnen een reus. Wordt ik meegevoerd naar een wereld van mythen en sprookjes, tegen het decor van het archaïsche landschap van Spanje.

Dan beeld ik me in dat ik eeuwen terug ben in de tijd, en alle toeristen die ik zag lopen in het Alhambra, met het knipperen van mijn ogen veranderen in Moren. Dat de mannen baarden hebben en lange gewaden dragen van de beste stoffen, zacht wit of juist kleurijk karmijn of van een intens saffraan geel dat je ook kunt kopen bij kruidenventers in de straten. Dat ze in groepjes geanimeerd staan te praten, inplaats van hun 21ste eeuwse toverdozen te richten op de kleurige tegeltjes met prachtig eenvoudige patronen, op de hoefijzervormige doorgangen, de gepleisterde muren met de fijnste details die zo gegroeid lijken te zijn, op de bewerkte marmeren zuilen die in de verte aan de Romeinse doen denken, en op de doorwrochte houten plafons. Ik beeld me in dat de nu lege ruimtes gevuld zijn met prachtige tapijten, tafels en stoelen en grote decoratieve vazen beschilderd met gazellen.

Die stereotype toeriste daar met spijkerbroek, sportschoenen en rugzak op haar buik, verandert in een gesluierde Oosterse schone die over de binnenplaats met wuivende palmbomen en oranje bespikkelde sinaasappelbomen, schalen dadels en vijgen komt brengen. Van buiten de stadsmuren komt het geratel aanwaaien van karren met kostbare ladingen goud en zijde afkomstig uit Afrika zo ver als ten zuiden van de Sahara. In het warme licht van de namiddag rijden ze voortgetrokken door ezels traag de heuvel op, die op haar kruin de kroon Alhambra draagt.

Het is een mooie illusie, een samenraapsel van feiten en vooral verbeelding. Een mengeling van Gustave Doré’s etsen, Disney, Ingres schilderijen, strips, romans en kunstgeschiedenis.

In mijn nieuwsgierigheid en poging deze wereld tot leven te wekken lees ik over de Katholieke vorsten Isebel en Ferdinand en de laatste fase van de reconquista. De herovering van Iberia op de islamieten. De ondergang van Al Andalus, het rijk dat 8 eeuwen lang aan de zuidkust van Spanje lag en floreerde toen het eind in zicht kwam. Ik lees over de gedwongen bekering tot het christelijke geloof, het leed en bloedvergiet, nog weer later de uitdrijving van de Joden en het land dat met het verloren gaan van de kennis van deze volkeren, verdorde.

Als ik internet sluit, ken ik weer wat meer feiten. Maar nog vraag ik me af, wie liepen daar door de straten, wie was de koopman met die kar, wie was de wachter op de muur van het Alcazaba – de fortificatie van het Alhambra – die tegen de achtergrond van de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada de katholieke legers aan de poort zag staan. Hoe zag het leven er voor hun uit. Wat voorn vreugde en welk verdriet kende ze?

Na al die eeuwen is alleen het Alhambra over, een stille getuige van wat er binnen en buiten haar muren afspeelde. Terug naar 13 mei 2016 aanschouwt ze zwijgend de drommen toeristen die haar om haar schoonheid, ouderdom en bovenal haar vermogen om tot de verbeelding te spreken en je in andere, mooiere tijden te wanen, bewonderen.

schrijf een reactie