Terwijl de kilometerteller oploopt stijgt ook langzaam de temperatuur op de thermometer van mijn auto. Eerst nog met weinig overtuiging. Hoopvol springt het van 7 naar 10 om even later weer 9 aan te geven. Zo tuf ik een dag lang door richting het zuiden en kom ’s avonds even onder Bordeaux aan. Daar blijft het kwik steken op een aangename 15 graden. Toch zet ik mijn vlucht wat langer door en grijp onderweg de gelegenheid aan, een aantal musea te bezoeken. In Rouen, Bilbao en vandaag in Madrid, waar ik verzadigd van alles was ik zag het Prado uit kwam lopen.

Op weg terug naar de auto brand een warme zon en de stad baadt in het licht. Overal waar ik kijk, zie ik de wereld door schildersogen. Weerspiegeld in de gebeeldhouwde zandkleurige fonteinen, met hun Romeins aandoende figuren die staan of zitten in theatrale poses op hun weelderig gedecoreerde voetstuk, zie ik aquarellen van John Singer Sargent. En in de vrolijke mensen rond het klaterende water dat neervalt in olijf groene basins waarin zonlicht over de bodem danst en het blauw van de lucht weerspiegeld op de golfjes, zie ik de bravoure Joaquin Sorola.

Nu de middag op haar einde loopt tonen de Madrilenen zich weer buiten. Moeders met kinderwagens en hun dochtertjes met donkere ogen en witte jurkjes achter poppenwagens. Ze kunnen zo op Las Meninas van Velazques worden bijgeschilderd. Opeens herken je de gezichten die hij, El Greco en de andere Spanjaarden schilderden.

Ik steek een brede boulevard over en loop het Parque de el Retiro in. Alles is een fris lente groen, soms neigt het blad naar geel of bruin kraplak rood terwijl kunstig geknipte buxus hagen en corneveren, onnatuurlijk gestileerd, donker groen kleuren. Het roept de Bonnard op die ik zag in het museum Thyssen Bornemisza. Schoonheid in onnatuurlijk uitbundige kleuren en uitgesproken vormen. Nu ik hier in het park loop waar veel in bloei staat, waar de kastanjes witte toortsen dragen, en waar van andere bomen de takken pluizig wit of zelfs lila de lucht in steken, is het niets overdreven.

Ik doorkruis een lommerrijk deel. Het jonge bladerdak lekt nog zonlicht, wat een mooi schaduwspel oplevert van verschillende vormen blad. Dat van de kastanjes werpt anijssterren op de grond. Ik zie een zacht wiegend knipsel van Henri Matisse.

Voordat ik de gietijzeren poort doorga en het park weer uitloop is daar nog een circus acrobaat van Picasso. Hij danst op een koord, tussen twee bomen gespannen. In de metro op het tegenoverliggende perron een Edward Hopper van een in zichzelf gekeerde, wachtende man. En als ik in mijn auto zit op weg naar Toledo, en de stad achter me heb liggen, herken ik in het landschap de etsen van Goya.

Ik draai mijn raampje open, zet de blower op koelen. De thermometer geeft aan: 25 graden.

schrijf een reactie